Minder sterke groei woningverkopen
Doorstromers en koopstarters kochten samen 84 procent van alle woningen. Dat waren er ruim 64.000. Dit is 5 procent meer dan 1 jaar geleden. Toch neemt ook hier de groei af. Vorig kwartaal was de groei in vergelijking met 1 jaar eerder nog 11 procent. Vooral bij koopstarters was de afname van de groei duidelijk zichtbaar. Zij kochten dit kwartaal zo’n 28.000 woningen. Dat is 1 procent meer dan 1 jaar geleden. Vorig kwartaal was de stijging vergeleken met vorig jaar nog 9 procent. Hierin speelt onder andere mee dat investeerders minder woningen verkochten dan in eerdere jaren. Deze woningen zijn vaak aantrekkelijk voor koopstarters, bijvoorbeeld omdat ze relatief klein zijn en een lagere prijs hebben.
Investeerders bezitten nu minder woningen. Op 1 juli hadden zij er 745.400, goed voor 8,9 procent van de woningvoorraad. Dat aandeel was een jaar eerder nog 9,2 procent. Vooral het bezit van particuliere investeerders nam af. In studentensteden bezitten investeerders al jaren in verhouding meer woningen dan in de rest van Nederland. Op 1 juli was 1 op de 6 woningen in studentensteden van een investeerder. Ze verkochten in studentensteden in verhouding tot hun bezit minder woningen dan ze verkochten in de rest van Nederland.
Investeerders kochten 7.200 woningen. Dat aantal is vergelijkbaar met een jaar geleden. In het vorige kwartaal was er juist een sterke stijging vergeleken met een jaar eerder. Dit kwam waarschijnlijk doordat investeerders eind 2025 hun aankopen hadden uitgesteld vanwege de verlaging van de overdrachtsbelasting vanaf 1 januari. Nu dit tijdelijke effect is weggevallen, is het aantal aankopen door investeerders weer vergelijkbaar met dat van 1 jaar eerder.


